logo_laag2

Pensioen 1-2-3: laag 2

Via uw werkgever bouwt u pensioen bij SPW op. Dat is in uw cao vastgelegd. Elke pensioenuitvoerder heeft zijn eigen regeling. In dit Pensioen 1-2-3 leest u wat u wel en niet krijgt in onze pensioenregeling. Dit is belangrijk om te weten, bijvoorbeeld als u van baan verandert. Pensioen 1-2-3 bevat geen persoonlijke informatie over uw pensioen. Die vindt u wel op www.mijnpensioenoverzicht.nl, op uw jaarlijkse Uniform Pensioenoverzicht en op Mijn SPW.

Wat vindt u in laag 1, 2 en 3?

Pensioen 1-2-3 bestaat uit 3 lagen. In de laag 1 leest u in het kort de belangrijke informatie over uw pensioenregeling. In laag 2 vindt u meer informatie over alle onderwerpen in laag 1. En in laag 3 vindt u juridische en beleidsmatige informatie van SPW.
 
Dit is laag 2.

Wat krijgt u in onze pensioenregeling?

ouderdomspensioen

Ouderdomspensioen 

Via uw werkgever neemt u deel in de pensioenregeling van SPW en bouwt u ouderdomspensioen op. Bij SPW noemen we het ouderdomspensioen ook wel flexpensioen. Dit is een maandelijkse uitkering die u ontvangt vanaf de datum dat u met pensioen gaat tot het moment dat u overlijdt. 

Uw flexpensioen gaat in op uw 68e. U kunt er zelf voor kiezen om uw pensioen eerder te laten ingaan. Uw flexpensioen is een aanvulling op de AOW. De AOW is het pensioen dat u van de overheid ontvangt als u de AOW-leeftijd bereikt. 

Hoeveel pensioen u straks ontvangt van SPW is afhankelijk van de hoogte van uw salaris, de inhoud van de SPW-pensioenregeling en het aantal jaren dat u pensioen opbouwt. 

SPW-pensioenregeling is een uitkeringsovereenkomst 

De pensioenregeling waaraan u deelneemt, is een uitkeringsovereenkomst. Elk jaar bouwt u pensioen op over een gedeelte van uw brutosalaris. U bouwt niet over uw hele salaris pensioen op. Dit is omdat wij rekening houden met de AOW. Het deel van uw salaris waarover u geen pensioen opbouwt, heet ‘franchise’. Over het brutosalaris min de franchise bouwt u jaarlijks 1,875% aan flexpensioen op. 

Hoogte flexpensioen bekijken 

De hoogte van uw flexpensioen staat op uw Uniform Pensioenoverzicht (UPO), in Mijn SPW en op Mijnpensioenoverzicht.nl

partnerpensioen_verzekering
Partnerpensioen voor uw partner 

Partnerpensioen is het pensioen voor uw partner als u overlijdt. U bouwt partnerpensioen op als uw werkgever is aangesloten bij SPW. 
 
Meestal is partnerpensioen automatisch geregeld 
Als u getrouwd bent of een geregistreerd partnerschap heeft, hoeft u uw partner niet aan te melden. Maar woont u samen of trouwt u in het buitenland, dan weten wij dat niet. Wilt u regelen dat uw partner een partnerpensioen krijgt als u overlijdt? 
 
• Als u samenwoont: meld uw partner dan aan. Dit kan als u een notarieel samenlevingscontract heeft. 
• Als u in het buitenland woont en trouwt: stuur of mail ons een kopie van uw huwelijksakte. 
 
Hoogte partnerpensioen
Jaarlijks bouwt u vanaf 1 januari 2015 1,313% van de pensioengrondslag op aan partnerpensioen. Dit percentage is in de afgelopen jaren een paar keer gewijzigd. De hoogte van het partnerpensioen is afhankelijk van het moment waarop u overlijdt. 
 
Wij onderscheiden hierbij drie situaties: 
• Overlijdt u op of ná uw 68e? Uw partner ontvangt een partnerpensioen dat u tot uw pensioendatum heeft opgebouwd.
• Overlijdt u vóór uw 68e en bouwt u op dat moment pensioen op bij SPW? Uw partner ontvangt een partnerpensioen dat gelijk is aan het 'te bereiken partnerpensioen’. 
• Overlijdt u vóór uw 68e en bouwt u op dat moment geen pensioen meer op bij SPW? Uw partner ontvangt een partnerpensioen dat u heeft opgebouwd tot het moment dat de deelname bij SPW eindigde. 
 
Hoeveel partnerpensioen uw partner krijgt, ziet u op uw Uniform Pensioenoverzicht, op Mijn SPW en op www.mijnpensioenoverzicht.nl.

Mogelijk recht op Anw-uitkering
Als u overlijdt, heeft uw partner misschien recht op een wettelijke nabestaandenuitkering van de overheid: de Anw-regeling. Hieraan zijn voorwaarden verbonden. Uw partner moet dan geboren zijn vóór 1950 of minderjarige kinderen te verzorgen hebben of gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn. Meer informatie hierover kunt u vinden op de website van de Sociale Verzekeringsbank (SVB).
 

wezenpensioen_verzekering
Wezenpensioen voor uw kinderen 
Het wezenpensioen voor uw kinderen is automatisch geregeld. U hoeft niet aan ons door te geven dat u kinderen heeft. Als u overlijdt, krijgen uw kinderen maandelijks een pensioenuitkering. Stief- en pleegkinderen die ten tijde van uw overlijden door u werden onderhouden en opgevoed, komen ook in aanmerking voor een wezenpensioen. Uw kinderen krijgen wezenpensioen tot 18 jaar. Studeren uw kinderen? Dan hebben zij recht tot hun 27e zolang zij studeren. 
 
Hoogte wezenpensioen
• Bouwt u pensioen op bij SPW op het moment dat u overlijdt? Uw kinderen ontvangen 20% van het ouderdomspensioen dat u had kunnen bereiken als u tot uw 68e was blijven deelnemen aan de pensioenregeling. 
• Bouwt u geen pensioen op bij SPW op het moment dat u overlijdt? Uw kinderen ontvangen 20% van het opgebouwde ouderdomspensioen bij het einde van uw dienstverband.
 
Overlijdt ook uw partner? Dan wordt het wezenpensioen verdubbeld. Hoeveel wezenpensioen uw kinderen krijgen, ziet u op uw Uniform Pensioenoverzicht, in Mijn SPW en op Mijnpensioenoverzicht.nl.
arbeidsongeschiktheidspensioen
Arbeidsongeschiktheidspensioen
Wordt u arbeidsongeschikt op het moment dat u pensioen opbouwt bij SPW? Dan ontvangt u een uitkering van het UWV. Bijvoorbeeld een IVA- of een WGA-uitkering. U heeft recht op een aanvulling op de wettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering als u aan de voorwaarden voldoet. 
 
De hoogte van deze aanvulling is afhankelijk van:
  • uw arbeidsongeschiktheidspercentage;
  • uw salaris voordat u arbeidsongeschikt werd;
  • of u zelf nog salaris kunt verdienen;
  • het UWV-dagloon;
  • het soort WIA-uitkering die u van UWV ontvangt;
  • het salaris dat nu nog verdiend wordt. 
 
Het arbeidsongeschiktheidspensioen, als aanvulling op de WIA, kent drie regelingen: WIA-pluspensioen, WGA-hiaatpensioen en het WIA-excedentpensioen. Op het moment dat u (gedeeltelijke) arbeidsongeschikt wordt, controleren wij voor welke aanvullingsregeling u eventueel in aanmerking komt.
 
Premievrije voortzetting van uw pensioenopbouw bij arbeidsongeschiktheid
Als u 35% of meer of een hoger percentage arbeidsongeschikt bent, heeft u tot uw AOW-leeftijd recht op voortzetting van uw pensioenopbouw. Zonder dat u daar zelf nog premie voor betaalt. Deze premievrije pensioenopbouw is afhankelijk van de mate van uw arbeidsongeschiktheid. 
 

Wat krijgt u in onze pensioenregeling niet?

U bouwt ouderdomspensioen, partnerpensioen én wezenpensioen op bij SPW. 
Ook voorziet uw pensioenregeling in een eventuele aanvulling op de wettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering als u arbeidsongeschikt wordt, mits u een arbeidsongeschiktheidsuitkering van het UWV ontvangt. Bovendien hoeft u dan zelf geen pensioenpremie meer te betalen terwijl uw pensioenopbouw wel (gedeeltelijk) doorloopt.

Hoe bouwt u pensioen op?

drie_pijlers
A. De Algemene Ouderdomswet (AOW) 
De AOW is het wettelijke pensioen van de overheid. De hoogte van de AOW is afhankelijk van hoeveel jaren u verzekerd was voor de AOW. U ontvangt een volledige AOW als u in de 50 jaar voorafgaand aan uw AOW-leeftijd verzekerd bent geweest. Als u in Nederland woont of werkt bent u automatisch verzekerd. De AOW-ingangsleeftijd is niet meer voor iedereen gelijk. Kijk op de site van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) voor uw AOW-leeftijd en voor de AOW-bedragen. Deze worden jaarlijks aangepast.
 
B. Uw pensioen dat u via uw werkgever opbouwt
De hoogte van dit pensioen vindt u op uw Uniform Pensioenoverzicht (UPO). Het UPO ontvangt u één keer per jaar zolang u pensioen opbouwt bij SPW. Op het UPO staat het flexpensioen dat u nu heeft opgebouwd. En het pensioen op uw AOW-leeftijd als u tot dat moment bij SPW blijft opbouwen. Op het UPO vindt u ook informatie over het partnerpensioen en het wezenpensioen. Kijk ook op Mijnpensioenoverzicht.nl. Daar vindt u een overzicht van al het pensioen dat u heeft opgebouwd in de banen die u heeft gehad.

C. De pensioenaanvulling waar u zelf voor zorgt 
Naast AOW en pensioen bij SPW, kunt u uw pensioen onder bepaalde voorwaarden verder aanvullen. U kunt bijvoorbeeld kiezen voor een lijfrente of banksparen. Dit kan via een verzekeraar of bank. Zo heeft u straks als u stopt met werken een extra inkomen. 
middelloon
U bouwt pensioen op in een middelloonregeling 
U bouwt elk jaar een stukje pensioen op. Voor elk jaar dat u werkt, berekenen wij wat u in dat jaar heeft opgebouwd. U bouwt niet over uw hele brutosalaris pensioen op. Wij houden namelijk rekening met de AOW die u van de overheid ontvangt als u met pensioen gaat. Het deel van uw loon waarover u geen pensioen opbouwt, heet ‘franchise’.
 
Vier factoren spelen een rol bij de berekening van uw pensioen:
  • het opbouwpercentage
  • de franchise
  • uw pensioengevend salaris
  • uw deeltijdfactor
Al die stukjes pensioen bij elkaar opgeteld, inclusief eventuele toeslagen, vormen straks uw pensioen. U ontvangt uw pensioen vanaf uw pensioendatum, elke maand zo lang u leeft.
opbouwpercentage
Opbouwpercentage
Dat is het percentage pensioen dat u opbouwt. Elk jaar bouwt u pensioen op over een gedeelte van uw salaris. Het deel van uw salaris waarover u geen pensioen opbouwt, heet ‘franchise’. Over het brutosalaris min de franchise bouwt u jaarlijks 1,875% aan flexpensioen op.
 
Over uw jaarsalaris tot €105.075 bouwt u een flexpensioen op. Dat doet u niet over uw hele brutosalaris. In 2018 bouwt u over €14.297 geen pensioen op. Dit bedrag noemt SPW de franchise. U bouwt geen pensioen op over dit bedrag, omdat u over dat deel vanaf AOW-leeftijd een AOW-uitkering ontvangt. De hoogte van de franchise kan elk jaar veranderen. 
 
Stel: u verdient €50.000 per jaar. De franchise is €14.297. U bouwt in dat jaar 1,875% flexpensioen op over de pensioengrondslag van €35.703. Uw opbouw in dat jaar is dan €669,43. Het flexpensioen dat u bij pensionering ontvangt is een optelsom van alle jaren plus de eventuele toeslagen.
premieverdeling_beide
U en uw werkgever betalen beiden voor uw pensioen
U en uw werkgever betalen iedere maand pensioenpremie. Zo betaalt u in 2018 31,24% voor uw flexpensioen en partnerpensioen en uw werkgever 68,76%. In feite is de premie de prijs van uw pensioen. U en uw werkgever betalen premie voor:
• ouderdoms- en partnerpensioen: 25%: uw werkgever 17,19% en u 7,81%
• WIA-pluspensioen en het WGA-hiaatpensioen: 0,20%: uw werkgever 0,09% en u 0,11%
• WIA-excedentpensioen: 1,5%: uw werkgever 0,50% en u 0,95%
Beide premies worden berekend over uw pensioengevend salaris nadat dit verminderd is met de franchise. Daarnaast betaalt uw werkgever 3,6% overgangspremie VPL over uw pensioengevend salaris. 

Welke keuzes heeft u zelf?

waardeoverdracht
Waardeoverdracht 
Als u van werkgever verandert en daardoor naar een andere pensioenregeling gaat, kunt u ervoor kiezen om uw opgebouwde pensioen mee te nemen. We noemen dat waardeoverdracht. Dat doet u bij uw nieuwe pensioenuitvoerder. Laat u hier vooraf goed over informeren. Of waardeoverdracht een goede keuze is, hangt onder andere af van de financiële situatie van uw huidige en van uw nieuwe pensioenuitvoerder. Als u besluit geen waardeoverdracht aan te vragen, dan blijft uw pensioen staan bij SPW en wordt het vanaf uw 68e aan u uitbetaald. U betaalt geen premie meer aan SPW en gaat verder met pensioen opbouwen in de regeling van uw nieuwe werkgever.
 
U vraagt waardeoverdracht aan bij uw nieuwste pensioenfonds. Is SPW uw nieuwste pensioenfonds? Regel dan uw waardeoverdracht in Mijn SPW.
vrijwillig_pensioen
Extra verzekeren met de Anw-hiaatpensioenverzekering
Wilt u zorgen dat het inkomen van uw partner niet te veel omlaag gaat na uw overlijden? Dan kunt u zich extra verzekeren met de Anw-hiaatpensioenverzekering van SPW. Lees meer over de vrijwillige Anw-hiaatpensioenverzekering.
nettopensioen
Nettopensioenregeling 
Heeft u een pensioengevend salaris boven €105.075? Dan bouwt u over het deel boven €105.075 geen pensioen op. U kunt de lagere pensioenopbouw compenseren met de nettopensioenregeling. Deze regeling zorgt voor aanvullende pensioenopbouw. De nettopensioenregeling in het kort: 
  • U betaalt de premie vanuit uw nettosalaris. Deze regeling is vrijwillig, u bepaalt dus zelf of u deelneemt. 
  • De uitkering van zowel het ouderdomspensioen als het nabestaandenpensioen is vrij van belasting.
  • Ook bepaalt u zelf uw deelnamepercentage. U kunt deelnemen voor 25%, 50%, 75% of 100%.
  • De nettopensioenregeling is op basis van een premieovereenkomst. Jaarlijks spreken we een bepaalde premie af.
  • De hoogte van de premie is afhankelijk van uw leeftijd. En de premieafdracht loopt via uw werkgever.
  • De premie wordt belegd. Hiermee bouwt u een kapitaal op. Het uiteindelijke kapitaal zetten we op uw pensioendatum om in pensioen. De hoogte van dit pensioen is fiscaal gemaximeerd. U betaalt geen belasting over deze pensioenuitkering.
  • De nettopensioenregeling loopt uiterlijk tot uw 68e. Of tot uw pensioengevend loon minder is dan €105.075.
  • Het partnerpensioen is een levenslange uitkering voor uw partner na uw overlijden. Deze is inclusief voorwaardelijke indexering.
  • U betaalt geen premie als u arbeidsongeschikt raakt, maar blijft wel premievrij pensioen opbouwen tijdens de periode van arbeidsongeschiktheid. 
Bekijk met de Rekenhulp wat deelname aan de nettopensioenregeling kost en oplevert. Via de rekenhulp kunt u de nettopensioenregeling aanvragen. 
 
ruilen_ouderdoms_pensioen
Flexpensioen uitruilen voor partnerpensioen voor uw partner 
Gaat u met pensioen en er is geen of te weinig partnerpensioen voor uw partner als u overlijdt, dan kunt u een deel van uw flexpensioen ruilen voor partnerpensioen voor uw partner. U krijgt dan een lager flexpensioen. Maar uw partner krijgt dan wel een hoger pensioen van SPW als u overlijdt na uw 68ste.
 
Voor het uitruilen gelden enkele voorwaarden: 
  • Het partnerpensioen is na uitruil niet hoger dan het flexpensioen dat na uitruil overblijft;
  • Uitruil is mogelijk binnen de fiscale grenzen;
  • De hoogte van het flexpensioen mag na uitruil niet onder de afkoopgrens komen. 
Het is belangrijk om te weten dat dit een eenmalige keuze is. Als u eenmaal gekozen heeft om flexpensioen uit te ruilen voor partnerpensioen kan het niet meer ongedaan worden gemaakt. U moet de uitruil ten minste twee maanden vóór uw pensioendatum aanvragen. Dit kan via Mijn SPW.
 
ruilen_partner_ouderdom
Partnerpensioen uitruilen voor een hoger eigen flexpensioen 
Naast uw eigen flexpensioen bouwt u ook partnerpensioen voor uw partner op. Er kunnen redenen zijn waarom u het partnerpensioen voor uw partner wil uitruilen voor een hoger flexpensioen. Misschien heeft uw partner zelf een goed pensioen, of misschien heeft u geen partner (meer)?
 
U kunt uw partnerpensioen uitruilen voor een hoger flexpensioen. U kunt alleen uitruilen als de hoogte van het partnerpensioen vanwege de uitruil niet onder de afkoopgrens komt.
 
Uw partner moet het hier wel mee eens zijn. Zonder toestemming kunt u het nabestaandenpensioen voor uw partner niet ruilen. 
 
Het is belangrijk om te weten dat dit een eenmalige keuze is. Als u eenmaal gekozen heeft om nabestaandenpensioen te ruilen voor flexpensioen kan het niet meer ongedaan worden gemaakt. U moet de uitruil ten minste twee maanden vóór uw pensioendatum aanvragen. Dit kan via Mijn SPW
 
deeltijd_68
Eerder stoppen of langer doorwerken
In plaats van met pensioen te gaan op uw 68e kunt u ervoor kiezen langer door te werken. Als u dat wilt, kan het uitbetalen van uw flexpensioen worden uitgesteld totdat u echt met pensioen gaat. Dit kan tot uw 70-jarige leeftijd. Als u later met pensioen gaat, dan wordt uw opgebouwde flexpensioen verhoogd. Kijk voor de voorwaarden voor het uitstellen van pensioen in het pensioenreglement.
 
U kunt er ook voor kiezen om uw pensioen eerder in te laten gaan dan op uw 68e. Maar niet voordat u de 55-jarige leeftijd bereikt. Dat betekent wel dat uw flexpensioen lager wordt. Eerder met pensioen gaan heeft dus financiële gevolgen. De pensioenopbouw stopt eerder en het pensioen wordt verlaagd. U moet er ook rekening mee houden dat de AOW wellicht later ingaat dan uw pensioen bij SPW. Kijk op de website van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) om te zien wanneer uw AOW ingaat.
 
hoog_laag_laag_hoog
Beginnen met een hoger of lager pensioen
Als u met pensioen gaat, ontvangt u maandelijks hetzelfde bedrag. In sommige situaties kan het handig zijn om tijdelijk een hoger of lager bedrag te ontvangen. U mag uw pensioen tot uiterlijk uw 70ste, dan wel uw eerdere AOW-ingangsdatum, tijdelijk verhogen of verlagen. Het verhogen en verlagen van uw pensioenuitkering is gebonden aan fiscale grenzen. U kiest voor een hoger of lager pensioen op pensioendatum.
 
Het is belangrijk om te weten dat dit een eenmalige keuze is. Als u hier eenmaal voor gekozen heeft, kunt u het niet meer ongedaan maken.
 
 
In Mijn SPW ziet u wat het voor uw pensioen betekent als u uw pensioenbedrag aanpast. 
keuze_spw

Als u deels met pensioen gaat 

In plaats van ineens met pensioen te gaan op uw 68e kunt u er ook voor kiezen om een deel van uw pensioen eerder in te laten gaan. Dit kan vanaf 55 jaar. Dat betekent wel dat het deel van het ouderdomspensioen dat u eerder laat ingaan lager wordt. Deeltijd met pensioen gaan heeft dus financiële gevolgen. De pensioenopbouw stopt gedeeltelijk en het ouderdomspensioen wordt verlaagd. Voor het deel dat u doorwerkt bouwt u nog wel pensioen op tot maximaal 68 jaar.

U kunt er ook voor kiezen om na uw 68e gedeeltelijk langer door te werken. U kunt dan een deel van uw pensioen in laten gaan op uw 68e. Het uitbetalen van het andere deel van uw ouderdomspensioen kan worden uitgesteld totdat u volledig met pensioen gaat. Voor het deel dat u later met pensioen gaat, wordt uw opgebouwde ouderdomspensioen verhoogd. Daarnaast wordt de pensioenopbouw voortgezet voor zover u doorwerkt, tot maximaal 68 jaar. Kijk voor de voorwaarden voor het uitstellen van pensioen in het pensioenreglement. 

Hoe zeker is uw pensioen?

uitkeringszekerheid_risico
Welke risico’s zijn er?
De opbouw en uitbetaling van pensioen gaan over een heel lange periode. Vanaf het moment dat uw pensioenopbouw start tot uw laatste pensioenbetaling kan wel 80 jaar zitten. In zo’n periode verandert de wereld waardoor er risico’s kunnen ontstaan die uw pensioen bedreigen. De risico’s leiden mogelijk tot een tekort. 
SPW probeert voorbereid te zijn op de risico’s die uw pensioen kunnen bedreigen. In het verleden is dat niet altijd goed gegaan. Bijvoorbeeld door de snelle stijging van de levensverwachting. Die stijging is namelijk groter dan waarmee we rekening hebben gehouden. Als deelnemers gemiddeld ouder worden, moet hun pensioen langer worden uitbetaald. Wij moeten dan meer geld hebben dan waar we eerder op rekenden.
 
De rente beïnvloedt de waarde van pensioenen. Pensioenuitvoerders maken van tevoren een inschatting van het geld dat ze nodig hebben om de pensioenen te kunnen uitbetalen. Hoe lager de rente, hoe meer geld SPW ‘in kas’ moet hebben om later alle pensioenen te kunnen uitbetalen. Als de rente over een lange periode laag blijft, maakt dat de pensioenen dus duurder.
 
Ook de beleggingsresultaten kunnen tegenvallen. Daarom zorgt SPW ervoor dat de beleggingen gespreid worden over meerdere beleggingssoorten. Winst op een belegging kan verlies op een andere belegging goedmaken. Een pensioenuitvoerder kan beleggingsrisico’s ook afdekken. Daar zijn wel kosten aan verbonden.
 
SPW houdt rekening met risico’s om uw pensioen zo goed mogelijk te beschermen. 
 
Besluiten van het fondsbestuur over het beleid over de hoogte van de premie en de toeslagen zijn voor een belangrijk deel gebaseerd op de beleidsdekkingsgraad van het pensioenfonds. Vanaf 2015 moeten pensioenuitvoerders bij beleidsbeslissingen gebruikmaken van de zogenoemde beleidsdekkingsgraad. De beleidsdekkingsgraad is een gemiddelde over twaalf maanden. 
 
welvaartsvast
Welvaartsvast pensioen

Normaal gesproken wordt geld elk jaar iets minder waard. U kunt met hetzelfde bedrag in dit jaar iets minder kopen dan vorig jaar. Dat heet ‘inflatie’. Wij proberen uw pensioen elk jaar te laten meegroeien met de stijging van de lonen. Dit heet indexatie ofwel toeslagverlening. Dat wil zeggen dat het opgebouwde pensioen jaarlijks wordt verhoogd aan de hand van de stijging van de lonen in de branche voor woningcorporaties. Wij noemen dit een welvaartsvast pensioen. 

We kunnen uw pensioen verhogen als de financiële situatie van ons pensioenfonds goed genoeg is. De afgelopen jaren hebben wij de pensioenen niet geïndexeerd. 


Indexatie
Stijging van de lonen
2018
0,00%
Nog niet bekend
2017
0,00% Nog niet bekend
2016
0,00%
2,26%
2015
0,00%
0,00%
2014
0,00%
0,00%
2013
0,00%
0,00%
2012
0,00%
1,91%
2011
0,00%
1,50%
2010
0,00%
2,52%
2009
0,00%
0,00%
2008
4,86%
2,31%
 
De gemiste indexatie (op basis van de gemiddelde stijging van de lonen in de sectoren overheid en onderwijs) vanaf 2009 bedraagt maximaal 10,5%.
• Gedeeltelijke indexatie is mogelijk bij een beleidsdekkingsgraad van 110% of hoger.
• Volledige indexatie is mogelijk bij een beleidsdekkingsgraad vanaf ongeveer 128%. (Afhankelijk van de rente en beleggingsmix kan deze grens verschuiven.)
• Na-indexatie is mogelijk bij een beleidsdekkingsgraad vanaf ongeveer 128%. (Afhankelijk van de rente en beleggingsmix kan deze grens verschuiven.)
• Maximaal 20% van het vermogensoverschot mag gebruikt worden voor na-indexatie. (Het vermogensoverschot is de financiële reserve die het pensioenfonds heeft boven de grens 128%.)
tekort
Als er een tekort is
Ondanks alle voorzorgen kan het gebeuren dat SPW toch geld tekort komt om op de lange termijn alle pensioenen te kunnen uitbetalen. Dan moet er iets gebeuren. Daarvoor is er een zogenoemd herstelplan opgesteld. In het herstelplan hebben we zorgvuldig afgewogen wat de beste oplossing is om uiterlijk eind 2027 de vereiste dekkingsgraad te bereiken. Belangrijkste maatregel is de pensioenen niet of niet helemaal te verhogen (indexeren) met de stijging van de lonen gedurende deze periode. Het herstel kan sneller dan verwacht plaatsvinden, maar ook langzamer. In dat laatste geval kunnen aanvullende maatregelen nodig zijn, zoals het langer uitblijven van indexatie of in het uiterste geval een verlaging van de pensioenen. 
 
De percentages zijn berekend over uw brutopensioen en betreffen alleen uw pensioen bij SPW. De verlaging heeft geen betrekking op uw AOW.
 

Welke kosten maken wij?

kosten
SPW maakt kosten om de pensioenregeling uit te voeren. Bijvoorbeeld kosten voor de administratie. Dit zijn kosten die we maken bij het uitbetalen van de pensioenen en het innen van de premies. Ook maken wij kosten voor de communicatie, bijvoorbeeld voor het maken en verzenden van dit Pensioen 1-2-3 en het Uniform Pensioenoverzicht (UPO).
 
We maken ook kosten bij het beheren van het vermogen. Beleggen van het vermogen kost geld. Zo betalen wij de partijen waaraan wij vragen om het vermogen te beleggen. Ook maken wij transactiekosten. Dit zijn bijvoorbeeld de kosten die de beurs in rekening brengt bij de aankoop of verkoop van aandelen of obligaties.
 
Lees het jaarverslag, Hierin staat een specificatie van de kosten die wij maken.

Wanneer moet u in actie komen?

waardeoverdracht
Als u verandert van pensioenuitvoerder
Bouwt u geen pensioen meer op bij SPW, dan kunt u uw opgebouwde SPW-pensioen meenemen naar een andere pensioenuitvoerder. U krijgt dan later geen pensioen van SPW maar van de pensioenuitvoerder waarnaar u uw pensioen overdraagt. Vraag waardeoverdracht aan bij uw nieuwe pensioenuitvoerder. Een voorwaarde voor waardeoverdracht is dat de financiële situatie van SPW en de andere pensioenuitvoerder voldoende is.
• Vraag bij de nieuwe pensioenuitvoerder een offerte aan. Zodra de financiële situatie van SPW en de andere pensioenuitvoerder voldoende is, kan uw aanvraag in behandeling genomen worden.
• Is uw pensioen lager dan € 471,11 bruto per jaar (in 2018), dan kopen wij uw pensioen af. Dit gebeurt op zijn vroegst af binnen twee jaar na beëindiging van de deelneming. Wordt de feitelijke pensioendatum binnen twee jaar bereikt? Dan komt u niet in aanmerking voor afkoop. U ontvangt dan geen maandelijkse uitkering maar een eenmalig bedrag. U kunt dit voorkomen door uw pensioen mee te nemen naar de nieuwe pensioenuitvoerder.
 
Laat u vooraf goed informeren. Of waardeoverdracht een goede keuze is, hangt onder andere af van de financiële situatie van uw huidige en van uw nieuwe pensioenuitvoerder. Als u besluit geen waardeoverdracht aan te vragen, dan blijft uw pensioen staan bij SPW en wordt het vanaf uw 68e aan u uitbetaald. U betaalt geen premie meer aan SPW en u gaat verder met pensioen opbouwen in de regeling van uw nieuwe werkgever.
arbeidsongeschiktheidspensioen
Als u arbeidsongeschikt wordt
Als u voor 35% of meer arbeidsongeschikt bent, heeft u tot uw 68e dan wel uw eerdere AOW-ingangsdatum AOW-leeftijd recht op (gedeeltelijke) voortzetting van uw pensioenopbouw. Zonder dat u daar zelf nog premie voor betaalt. Deze premievrije pensioenopbouw is afhankelijk van uw mate van arbeidsongeschiktheid. Ook kunt u recht hebben op een arbeidsongeschiktheidspensioen. Deze premievrije pensioenopbouw en het arbeidsongeschiktheidspensioen zijn afhankelijk van uw mate van arbeidsongeschiktheid. Het is belangrijk dat u de gevolgen van uw arbeidsongeschiktheid voor uw pensioen in kaart brengt.
 
Op het moment dat u (gedeeltelijke) arbeidsongeschikt wordt, controleren wij voor welke aanvullingsregeling u eventueel in aanmerking komt. 
 
SPW kent drie aanvullingsregelingen (WIA) 
Ontvangt u een WIA-uitkering? SPW kent drie soorten aanvullingsregelingen. Of u voor deze regelingen in aanmerking komt, hangt af van uw persoonlijke situatie. De drie aanvullingsregelingen zijn:
  • WIA-pluspensioen 
  • WGA-hiaatpensioen 
  • WIA-excedentpensioen 
samenwonen_trouwen
Als u gaat samenwonen, als u gaat trouwen of als u een geregistreerd partnerschap aangaat
Trouwen of een geregistreerd partnerschap is voor uw pensioenregeling hetzelfde. Wij krijgen dit automatisch door van uw gemeente als u in Nederland woont. Als u in het buitenland woont, moet u het zelf aan ons doorgeven door een kopie van uw huwelijksakte naar ons te sturen. 
 
Het is belangrijk om te weten dat als u ongetrouwd samenwoont uw partner niet automatisch recht op partnerpensioen heeft als u overlijdt. Om uw partner daarvoor in aanmerking te laten komen, moet u aan bepaalde voorwaarden voldoen. U moet bijvoorbeeld een notarieel samenlevingscontract hebben. Om uw partner aan te melden, stuurt u ons een kopie van dit samenlevingscontract. Ook moet uit de Gemeentelijke Basisadministratie blijken dat u en uw partner woonachtig zijn op hetzelfde woonadres. En u en uw partner zijn geen bloed- of aanverwant in de eerste graad in opgaande of neergaande lijn. 
 
Als u trouwen, een geregistreerd partnerschap aangaat of uw partner aanmeldt, verandert uw pensioenopbouw niet. 
 
scheiden
Als u het samenwonen beëindigt. Of als u gaat scheiden of uw geregistreerd partnerschap beëindigt
Woont u in het buitenland of woont u samen, dan weten wij het niet als u uw relatie beëindigt. Het is belangrijk dat u ons daarover informeert. Woont u in Nederland en gaat u scheiden of beëindigt u uw geregistreerd partnerschap, dan krijgen wij dat door van de gemeente waar u woont.
 
Als u en uw partner uit elkaar gaan, moet u samen afspraken maken over hoe u het pensioen verdeelt:
  • U gaat scheiden of beëindigt uw geregistreerd partnerschap. Uw ex-partner heeft recht op de helft van het flexpensioen dat u opbouwde tijdens het huwelijk of de periode van het geregistreerd partnerschap. U kunt met uw ex-partner afwijkende afspraken maken. Deze afspraken moeten worden vastgelegd in het scheidingsconvenant. Om ervoor te zorgen dat de ex-partner een deel van het flexpensioen ontvangt, moet u of uw ex-partner binnen twee jaar SPW op de hoogte stellen van de scheiding en de eventuele afwijkende afspraken. Uw ex-partner heeft ook recht op het partnerpensioen dat u opbouwde tot de datum van echtscheiding of beëindiging geregistreerd partnerschap. Voor het recht op het partnerpensioen hoeft u niets te doen. Tenzij uw ex-partner afstand doet van het recht. Dan moet u ons wel informeren.
  • U en uw partner wonen niet meer samen. Had u uw partner aangemeld bij SPW? Meld uw ex-partner dan af. U kunt met uw ex-partner bespreken of hij of zij af wil zien van het partnerpensioen. Belangrijk om te weten: het recht op een deel van het flexpensioen geldt niet voor ongehuwd samenwonenden. Ongehuwd samenwonenden kunnen zelf afspraken maken over de verdeling van het pensioen.
verlof
Onbetaald verlof kunt u opnemen. Bijvoorbeeld omdat u voor uw kind(eren) gaat zorgen. Als u met onbetaald verlof gaat, ontvangt u geen loon. Het is belangrijk dat u afspraken maakt over uw pensioen. Dit doet u voordat u met onbetaald verlof gaat. Bij onbetaald verlof (of levensloopverlof) blijft het risico van overlijden en arbeidsongeschiktheid verzekerd bij SPW. Hiervoor blijft u risicopremie betalen. U kan deze premie niet stopzetten.
 
Pensioenopbouw tijdelijk stopzetten?
Als u met onbetaald verlof gaat, blijft u pensioen opbouwen bij ons. Dit betekent ook dat u en uw werkgever pensioenpremie blijven betalen. Hoe u en uw werkgever de premie verdelen, hangt af van de afspraken die u en uw werkgever hebben gemaakt. Mocht u geen pensioenpremie willen betalen, dan kunt u een verzoek indienen om uw pensioenopbouw tijdelijk stop te zetten. Dit noemen wij ‘onderbreking van de opbouw van het pensioen. Als u kiest voor de onderbreking, kunt u dit niet meer ongedaan maken.
 
Wilt u uw pensioen onderbreken? Dan moet u dat zelf bij ons aanvragen.
 
Ontvangt u een WIA-uitkering? SPW kent drie soorten aanvullingsregelingen. Of u voor deze regelingen in aanmerking komt, hangt af van uw persoonlijke situatie. De drie aanvullingsregelingen zijn:
  • WIA-pluspensioen 
  • WGA-hiaatpensioen 
  • WIA-excedentpensioen 
buitenland
Als u verhuist naar het buitenland
Geef ons uw nieuwe adres door. Ook als u in het buitenland verhuist. Wij krijgen dit namelijk niet door van uw gemeente. Verhuist u vanuit het buitenland naar Nederland, schrijf u dan in bij uw nieuwe gemeente en geef uw nieuwe adres door aan SPW. informeer SPW hierover. Verhuist u in Nederland dan hoeft u niets te doen. Wij krijgen uw adres dan automatisch door.
Informatie over de gevolgen voor de AOW leest u op de website van de Sociale Verzekeringsbank.
werkloos
Als u werkloos wordt
Als u werkloos wordt en een WW-uitkering krijgt, stopt uw pensioenopbouw bij SPW. Het is belangrijk dat u de gevolgen van uw werkloosheid voor uw flexpensioen en partnerpensioen in kaart brengt. 
 
Pensioen vrijwillig voortzetten 
Vrijwillige voortzetting betekent dat u zelf de pensioenpremie betaalt. Dit kan tot maximaal drie jaar. De premie betaalt u zelf: het werknemers én het werkgeversdeel.
Als u hiervoor kiest dan blijft uw pensioenopbouw hetzelfde als bij uw vorige baan. Wij nemen uw laatstverdiende salaris (en deeltijdfactor) van uw vorige werkgever als basis voor uw pensioen. 
 
 
Waar moet u op letten als u werkloos wordt? 
  • Heeft u een Anw-hiaatpensioenverzekering bij SPW? Dan stopt deze verzekering de dag nadat u uit dienst bent getreden.
  • Bent u na 1949 geboren? Dan vervalt uw aanspraak op voorwaardelijk pensioen.
vragen
Heeft u vragen of maakt u gebruik van de actie- en/of keuzemomenten, neem contact met ons op.