Er komt veel op u af wanneer uw ouder overlijdt. Wij willen u hier zo goed mogelijk bij helpen. Mogelijk heeft u recht op wezenpensioen. U krijgt dan elke maand een bedrag van ons.
Partnerpensioen is bedoeld voor de (ex-)partner van een overleden deelnemer van SPW.
De partner heeft recht op partnerpensioen wanneer de deelnemer:
Is de overledene gestopt met het betalen van premie voor pensioen? En was deze nog niet met pensioen? Dan heeft de partner soms toch nog recht op partnerpensioen wanneer de deelnemer:
Het partnerpensioen stopt wanneer de partner zelf overlijdt.
Krijgt de deelnemer arbeidsongeschiktheidspensioen op het moment waarop deze overlijdt? Dan betalen wij naast het partnerpensioen een eenmalige overlijdensuitkering ter hoogte van één maand van het arbeidsongeschiktheidspensioen.
De ex-partner krijgt alleen partnerpensioen als dit is opgebouwd vóór 2026. Of wanneer de overledene bij pensionering koos voor partnerpensioen en de scheiding daarna plaatsvond.
Het partnerpensioen stopt wanneer de ex-partner zelf overlijdt.
Kinderen hebben recht op wezenpensioen wanneer de ouder:
Is de overleden ouder gestopt met het betalen van premie voor pensioen? En was deze nog niet met pensioen? Dan hebben de kinderen soms toch nog recht op wezenpensioen. Dit is het geval wanneer de ouder:
Het wezenpensioen stopt op het einde van de maand waarin uw kind 25 wordt.
U heeft recht op partnerpensioen vanaf de 1e dag van de maand van het overlijden van uw (ex-)partner. Dit staat in het pensioenreglement.
Goed om te weten: bij de 1e betaling krijgt u ook het geld van de voorgaande periode (vanaf de 1e dag van de maand van het overlijden). Wij maken het partnerpensioen over rond de 23e van de maand.
U krijgt dan 40% van het pensioengevend salaris van uw partner. We gebruiken hiervoor het laatstverdiende bruto maandsalaris dat we van de werkgever van uw partner hebben gekregen.
U krijgt dit pensioen alleen als uw partner:
Op het moment van overlijden deelnam aan onze pensioenregeling; of
Tot 3 maanden voor overlijden deelnam aan onze pensioenregeling; of
Ervoor koos om na beëindiging van deelname de verzekering van het pensioen voort te zetten
Heeft uw partner pensioen opgebouwd voor 2026? Dan telt dat soms ook mee.
U en uw partner hebben dan gekozen hoeveel pensioen er beschikbaar is voor u. Het pensioen voor u komt dan uit de pensioenpot van uw partner. Dit noemen we een kapitaalgedekte regeling.
Standaard krijgt u 70% van het pensioen van uw partner. U en uw partner konden ook kiezen voor een andere verdeling. Deze keuze heeft invloed op hoeveel pensioen er beschikbaar is voor u.
U krijgt dan 14% van het pensioengevend salaris van uw ouder. We gebruiken hiervoor het laatstverdiende bruto maandsalaris dat we van de werkgever van uw ouder hebben gekregen.
U krijgt dit pensioen alleen als uw ouder:
Op het moment van overlijden deelnam aan onze pensioenregeling; of
Tot 3 maanden voor overlijden deelnam aan onze pensioenregeling; of
Ervoor koos om na beëindiging van deelname het pensioen vrijwillig voort te zetten
Heeft uw ouder pensioen opgebouwd voor 2026? Dan telt dat soms ook mee.
Het wezenpensioen is 14% van het pensioen van uw ouder. Als uw andere ouder ook is overleden, is dat 28%. De hoogte van het wezenpensioen verandert niet als uw ouder kiest voor tijdelijk een hoger of lager pensioen of als uw ouder de hoogte van het partnerpensioen aanpast.
Dan loopt uw wezenpensioen door totdat u 25 jaar bent. Studeert u nog? Dan heeft u recht op wezenpensioen tot 27 jaar. U krijgt hierover een brief vlak voordat u 25 jaar wordt. U vraagt de verlenging aan via ons contactformulier. Stuur hierbij een studieverklaring mee. Vraagt u de verlenging niet aan? Dan stoppen wij met het betalen van uw wezenpensioen als u 25 jaar wordt.
De hoogte van het bedrag hangt af van het inkomen van de overledene. Of de hoogte van het pensioen. De precieze percentages staan op de pagina’s over het wezenpensioen.
Dan mogen wij uw pensioen in 1 keer betalen in plaats van elke maand een klein bedrag. Dit noemen wij pensioen afkopen.
Hierdoor kan het ingegane pensioen het ene jaar hoger of lager zijn dan het andere jaar. Elk jaar op 1 januari kan de hoogte van uw pensioen wijzigen. U krijgt minimaal een maand van tevoren informatie over wat uw pensioen het volgende jaar wordt. Lees hier meer over via uw pensioen beweegt omhoog en omlaag.
We krijgen automatisch bericht dat uw (ex-)partner is overleden. Tenzij uw overleden (ex-)partner in het buitenland woonde. Dan hebben wij mogelijk nog informatie van u nodig.
We kijken na of u recht heeft op partnerpensioen. U krijgt hierover bericht.
Bij de aanvraag geeft u aanvullende gegevens aan ons door. Bijvoorbeeld een bankrekeningnummer. En uw keuze voor loonheffingskorting.
Bij de 1e betaling krijgt u ook het geld van de voorgaande periode (vanaf de 1e dag van de maand van het overlijden). Wij maken het partnerpensioen over rond de 23e van de maand.
Neem contact met ons op wanneer:
Dan krijgen wij het overlijden niet automatisch door. De nabestaanden geven in dit geval het overlijden zelf aan ons door. Stuur de volgende gegevens zo snel mogelijk naar ons op via ons contactformulier:
We kijken na of u recht heeft op partnerpensioen. U krijgt daarna een brief waarin wij aanvullende gegevens bij u opvragen.
Wij moeten weten of de voogd/verzorger volgens de wet ‘ouderlijk gezag’ heeft over het kind. Hiermee bepalen we of het kind wezenpensioen krijgt. Is het kind jonger dan 18 jaar? Dan maken wij het wezenpensioen over op het rekeningnummer dat de voogd/verzorger aan ons doorgeeft.
Wij passen standaard géén loonheffingskorting toe op partnerpensioen. U kunt deze keuze zelf aanpassen als u pensioen krijgt.
Onder bepaalde voorwaarden mogen wij uw pensioen in 1 keer betalen in plaats van elke maand. Dit noemen wij pensioen afkopen. Hierna is er geen pensioen meer bij ons. Betalen wij uw pensioen in 1 keer? Dan moeten we hiervan belasting afhalen. Ook moet u mogelijk nog Zvw-premie (Zorgverzekeringswet) betalen aan de Belastingdienst. Want wij houden op uw partnerpensioen geen Zvw-premie in.
Bijvoorbeeld als u huurtoeslag, zorgtoeslag of andere toeslagen krijgt. Neem voor meer informatie contact op met de Belastingdienst 0800 0543 (gratis).
U kunt de Belastingdienst vragen de afkoop als ‘bijzonder inkomen’ niet mee te laten tellen voor uw huurtoeslag. U gebruikt hiervoor het formulier Verzoek bijzondere situatie huurtoeslag van de Belastingdienst.
Bijvoorbeeld zorgtoeslag of huurtoeslag. Wij weten niet welke inkomens u nog meer heeft. En of u genoeg geld heeft om van te leven. Controleer zelf of u extra geld kunt krijgen. Op bestaansminimum leest u hier meer over.