Wanneer u overlijdt, komt uw partner in aanmerking voor een partnerpensioen. Uw partner heeft recht op een partnerpensioen als u gehuwd bent of een geregistreerd partnerschap bent aangegaan. Als u ongehuwd samenwoont, dan moet dit zijn vastgelegd in een notariële samenlevingsovereenkomst en u moet een kopie van deze overeenkomst hebben opgestuurd naar SPW.
Bij SPW wordt het partnerpensioen, net zoals het ouderdomspensioen, opgebouwd. Het grote verschil met ouderdomspensioen is dat het partnerpensioen pas wordt uitgekeerd op het moment dat u (deelnemer van SPW) overlijdt.
Verschil tussen partnerpensioen 'opbouwen' en 'op risicobasis'
U hebt gedurende uw werkzame leven bij SPW partnerpensioen opgebouwd. Opbouwen is in dit geval iets anders dan op risicobasis. Bij een opgebouwd partnerpensioen wordt er elke maand geld gestort in een soort spaarpot, bestemd voor het partnerpensioen. Veel pensioenregelingen hebben een partnerpensioen alleen als verzekering. In zo'n geval wordt er geen spaarpot aangelegd, u betaalt alleen verzekeringspremie. Alle recht op partnerpensioen vervalt zodra u stopt met premie betalen voor die verzekering. Verlaat u de sector, dan heeft uw partner geen recht meer op een partnerpensioen als u overlijdt. Bij de pensioenregeling van SPW is dat dus niet zo.
Het recht op opgebouwd partnerpensioen blijft altijd bestaan
Het kan zijn dat u de woningcorporatiebranche verlaat, maar dat uw pensioenaanspraken achterblijven bij SPW. Ook dan heeft uw partner bij uw overlijden recht op partnerpensioen van SPW, ook al is het jaren geleden dat u voor een woningcorporatie werkte. Dat komt omdat het partnerpensioen is opgebouwd, zoals in de vorige alinea wordt toegelicht. Het gaat dan om de aanspraak op partnerpensioen die u tot aan uw vertrek bij SPW heeft opgebouwd. Dat 'spaarpotje' blijft dus staan en uw partner heeft er altijd recht op als u overlijdt. Dit geldt niet als het partnerpensioen is uitgeruild voor ouderdomspensioen, afgekocht is of overgedragen is door middel van waardeoverdracht.
Een ander verschil tussen partnerpensioen opbouwen en partnerpensioen op risicobasis is dat eventuele ex-partners bij 'opbouwen' recht kunnen hebben op bijzonder partnerpensioen. Bij partnerpensioen op risicobasis is dit niet aan de orde.
Hoogte partnerpensioen
Het partnerpensioen bedraagt 70% van het ouderdomspensioen. Dit geldt niet als het partnerpensioen is uitgeruild voor ouderdomspensioen of is afgekocht.
Bent u geboren voor 1950?
In dat geval heeft uw partner indien hij/zij jonger is dan 65 jaar op het moment dat u overlijdt, recht op 'tijdelijk partnerpensioen'. Dat betekent dus 70% partnerpensioen en 20% tijdelijk partnerpensioen, samen dus 90% van het te bereiken ouderdomspensioen. Zodra uw partner 65 jaar wordt, krijgt hij of zij weer 70% van uw ouderdomspensioen. Uw partner blijft dit de rest van haar of zijn leven maandelijks ontvangen.
Wezenpensioen
Hebt u (of verzorgt u) kinderen die jonger zijn dan 18 jaar, die zijn geboren (of waar u al voor zorgde) voordat u met pensioen ging? Dan hebben zij recht op een wezenpensioen van SPW als u overlijdt. Studeren uw kinderen nog op het moment dat u overlijdt? Als dit een voltijdstudie is aan een dagopleiding, krijgen zij zolang ze studeren een wezenpensioen tot het moment dat zij 27 jaar worden. Het wezenpensioen bedraagt 14% van het te bereiken ouderdomspensioen. Overlijdt ook de andere ouder, dan ontvangt uw kind 'dubbel' wezenpensioen, dus 28% van het te bereiken ouderdomspensioen. De kinderen hoeven niet uw biologische kinderen te zijn. Het wezenpensioen is ook voor geadopteerde kinderen of uw stiefkinderen.
Mocht u nog kinderen krijgen na uw 65e, of kinderen gaan verzorgen na uw 65e, dan komen zij niet meer in aanmerking voor een wezenpensioen van SPW als u overlijdt.