Bij een pensioenregeling zijn meerdere partijen betrokken. Samen maken deze partijen afspraken over het pensioen. Hoe het geregeld is, wat de voorwaarden zijn en wie wat doet.
De partijen die meestal een rol spelen bij een pensioenregeling, zijn:
- de werknemer
- de werkgever
- vakbonden of andere werknemersvertegenwoordigers
- werkgeversvertegenwoordigers
- een pensioenfonds of een verzekeringsmaatschappij
- een uitvoeringsorganisatie
- toezichthouders
Hieronder leest u over de rol van deze partijen en hun onderlinge verhoudingen. Ook leest u hoe het bij de SPW geregeld is.
Werknemer en werkgever: pensioenovereenkomst
Als iemand in onderhandeling is over een nieuwe baan bij een werkgever, komt het pensioen vaak al aan bod. Een werkgever is verplicht om een nieuwe werknemer te informeren of hij een pensioen aanbiedt. Dat moet de werkgever vertellen binnen één maand nadat de werknemer in dienst is gekomen. Soms zijn hierover door meerdere werkgevers gezamenlijke afspraken met de vakbonden gemaakt. Als dat het geval is, dan gaan de werkgever en de werknemer een 'pensioenovereenkomst' aan. Meestal gebeurt dit doordat er in de arbeidsovereenkomst naar het pensioenreglement wordt verwezen. De verwijzing in de arbeidsovereenkomst en de inhoud van het pensioenreglement vormen dan samen de pensioenovereenkomst.
Uit de pensioenovereenkomst blijkt onder andere om wat voor soort pensioenregeling het gaat. Er kunnen afspraken worden gemaakt over de hoogte van de (maandelijkse) pensioenuitkering (uitkeringsovereenkomst), het kapitaal dat op de pensioendatum bij elkaar gespaard is (kapitaalovereenkomst) of over de hoogte van de (maandelijkse) pensioenpremie (premieovereenkomst). Ook wordt aangegeven of het pensioen kan worden verhoogd, wat dan het streven is en welke voorwaarden er gelden.
De SPW pensioenregeling is een verplichte bedrijfstakregeling
Een werkgever is niet wettelijk verplicht om werknemers een pensioenregeling aan te bieden. Er zijn echter uitzonderingen. Een gehele bedrijfstak kan een verplichtstelling aanvragen bij het ministerie van Sociale Zaken. Dat gebeurt als de werkgevers en werknemers (via de vertegenwoordigers, zoals de vakbonden) het met elkaar eens zijn dat dit moet gebeuren. In dat geval is iedere werkgever die onder die cao valt, wél verplicht om zich bij dat pensioenfonds aan te sluiten. Dit soort pensioenregelingen noemen we bedrijfstakpensioenregelingen. SPW is ook een bedrijfstakpensioenregeling. Als een bedrijf valt onder de cao Woondiensten, dan is de werkgever wettelijk verplicht zijn werknemers bij SPW aan te melden. Dit is vastgelegd in de Wet bedrijfstakpensioenfondsen 2000, kortweg Wet BPF 2000.
Werkgever en pensioenfonds: uitvoeringsovereenkomst
Een werkgever brengt de uitvoering van de pensioenregeling onder bij een pensioenfonds of een verzekeringsmaatschappij. De afspraken tussen de werkgever en het pensioenfonds (of verzekeringsmaatschappij) zijn vastgelegd in een uitvoeringsovereenkomst of uitvoeringsreglement. Hierin staat onder andere informatie over de manier waarop de premie wordt vastgesteld, wat er gebeurt als de werkgever zijn premies niet op tijd betaalt en wanneer het pensioen verhoogd wordt.
Werknemer en pensioenfonds: pensioenreglement
De rechten en plichten van het pensioenfonds en de werknemer zijn vastgelegd in het pensioenreglement. In het pensioenreglement staan alle voorwaarden van de pensioenregeling.
Wie heeft welke taken en verantwoordelijkheden?
Het pensioenfonds SPW is verantwoordelijk voor de pensioenregeling. Het bestuur van SPW beslist onder andere over:
- de hoogte van de premie;
- de hoogte van de toeslag;
- het pensioenreglement;
- het beleggingsbeleid van het pensioenfonds.
Het bestuur van SPW bestaat uit zes leden. Drie daarvan worden gekozen door Aedes, de vereniging van woningcorporaties. De andere drie leden worden benoemd door de vakorganisaties FNV Bouw, CNV Vakmensen en De Unie. Kijk voor meer informatie over deze organisaties bij de links.
SPW besteedt de administratie en het vermogensbeheer uit aan een uitvoeringsorganisatie.
Pensioenfonds en toezichthouders
De Nederlandsche Bank (DNB) controleert vooral of de financiële positie van het pensioenfonds (of de verzekeraar) wel voldoende is om de pensioenen te kunnen blijven betalen. Als dat niet het geval is, moet het fonds of de verzekeraar verplicht bepaalde maatregelen treffen om de positie weer te verbeteren.
De Autoriteit Financiële Markten (AFM) ziet er onder meer op toe dat financiële instellingen zoals pensioenfondsen en verzekeraars hun deelnemers voldoende informeren over de financiële producten en diensten die worden aangeboden.