Stichting Pensioenfonds voor de Woningcorporaties
lettertype vergrotenlettertype verkleinen
print
Skip Navigation Linkswww.spw.nl > Algemeen > Organisatie SPW > Goed pensioenfondsbestuur
Goed pensioenfondsbestuur 

Op 16 december 2005 stelde de Stichting van de Arbeid de Principes voor goed pensioenfondsbestuur vast. Sinds 2008 moeten alle pensioenfondsen deze principes hebben ingevoerd.

De principes hebben betrekking op:

  1. Bestuur zoals statuten, reglementen, nevenwerkzaamheden, evenwichtige belangenafweging, transparantie, communicatie, deskundigheid;
  2. Verantwoording naar actieve deelnemers, pensioengerechtigden, werkgevers, oordeel over door het bestuur gevoerde beleid en beleidskeuzes voor de toekomst;
  3. Intern Toezicht kritisch bezien van het functioneren van het bestuur van het pensioenfonds, het beoordelen van beleids- en bestuursprocedures en processen, de wijze waarop het fonds wordt aangestuurd, het beoordelen van de wijze waarop door het bestuur wordt omgegaan met de risico's op langere termijn door ten minste drie onafhankelijke deskundigen
  4. Rechtstreeks Verzekerde Regelingen verantwoording werkgever aan ondernemingsraad en pensioengerechtigden, verantwoording verzekeraar aan werkgever, intern toezicht, klachtenregeling

Met behulp van de principes voor een goed pensioenfondsbestuur kan het bestuur van SPW op een goede en heldere manier verantwoording afleggen over het gevoerde beleid. Ook in economisch zwaardere tijden.

Intern toezicht
SPW wil de principes voor een goed pensioenfondsbestuur volgen. Het bestuur van SPW wordt hierop getoetst door het Verantwoordingsorgaan en de Raad van Toezicht.
 
SPW vindt het belangrijk dat het toezicht deskundig is, zowel het toezicht van buitenaf als van binnenuit. De leden die op het bestuur toezien, moeten deskundig zijn en meerdere jaren bestuurlijke ervaring hebben.
 

Financieel Toetsingskader
Het Financieel Toetsingskader is het onderdeel van de Pensioenwet waarin de wettelijke financiële eisen aan pensioenfondsen zijn vastgelegd.

Om de uitbetaling van pensioenen aan deelnemers veilig te stellen, stelt de wet eisen aan de omvang van het eigen vermogen van de pensioenfondsen. Het kabinet heeft met werknemers- en werkgeversorganisaties en De Nederlandsche Bank (DNB) afgesproken dat een deelnemer gemiddeld slechts éénmaal in de periode van zijn pensioenopbouw (ongeveer veertig jaar) mag meemaken dat de reserves van het pensioenfonds lager zijn dan het vereiste minimum.

Met de invoering van het Financieel Toetsingskader (FTK) wordt de fundering gelegd voor een toetsingsinstrument waarmee pensioenfondsen en verzekeraars hun financiële bedrijfsvoering en risicobeheer verantwoord kunnen invullen. Een onderdeel van het FTK is het waarderen van de verplichtingen tegen marktrente in plaats van de vaste rekenrente. Hiermee wordt het renterisico van de verplichtingen duidelijk zichtbaar gemaakt.